Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Naamwoordelijke gezegde

Wat is een naamwoordelijk gezegde?

Het naamwoordelijk gezegde bestaat uit de persoonsvorm en een naamwoordelijk deel. De persoonsvorm is altijd een koppelwerkwoord. Koppelwerkwoorden zijn: zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen.

Naamwoordelijk deel

Het naamwoordelijk deel kan zijn: een zelfstandig naamwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een deel van een uitdrukking, een voorzetsel (dat niet bij het werkwoord hoort). Ook kan het naamwoordelijk deel een bijzin zijn.

Voorbeelden naamwoordelijk gezegde

Hieronder vind je een paar voorbeelden van zinnen met een naamwoordelijk gezegde. Het naamwoordelijk gezegde is roze. Het naamwoordelijk deel is onderstreept.

  • Mijn collega is boos.
  • Mijn buurvrouw wordt rechter.
  • Mijn opa lijkt in de war.
  • Het boek is uit.
  • Het blijkt dat ze al een tijdje in het ziekenhuis ligt.

Naamwoordelijk gezegde oefenen

Wil je het herkennen van een naamwoordelijk gezegde oefenen? De oefencursus Ontleden bestaat uit 2400 oefenzinnen. Je krijgt er een gratis E-book bij waarin de regels nog eens op een rijtje worden gezet.