Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Naamwoordelijk gezegde

Het naamwoordelijk gezegde is een combinatie van een koppelwerkwoord en een naamwoordelijk deel. Het koppelwerkwoord koppelt het naamwoordelijk deel aan het onderwerp van de zin. Het naamwoordelijk deel geeft een eigenschap aan van het onderwerp. Kijk bijvoorbeeld naar de volgende zin: Mijn buurvrouw is rechter. Het koppelwerkwoord is verbindt het naamwoordelijk deel rechter met het onderwerp mijn buurvrouw. Het naamwoordelijk deel is een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord.

Voorbeelden naamwoordelijk gezegde

Hieronder vind je een paar voorbeelden. Het naamwoordelijk gezegde is roze. Het naamwoordelijk deel is onderstreept.

  • Mijn buurvrouw wordt rechter.
  • Mijn collega is boos.
  • Het boek is uit.
  • Mijn opa lijkt in de war.

Hoe vind je het naamwoordelijk deel?

Als je een zin ontleedt, zoek je eerst de persoonsvorm en het onderwerp van de zin. Als de persoonsvorm een koppelwerkwoord is, kijk je of dit ook de functie heeft van een koppelwerkwoord. Je kijkt of er een naamwoordelijk deel is dat door het koppelwerkwoord aan het onderwerp gekoppeld wordt. Als dat zo is, weet je wat het naamwoordelijk deel is. Het naamwordelijk deel vormt samen met het koppelwerkwoord het naamwoordelijk gezegde.

Koppelwerkwoorden

Dit zijn de koppelwerkwoorden: zijn, worden, blijven, lijken, blijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen. Let op! Het werkwoord zijn en worden kunnen een koppelwerkwoord zijn maar ook een hulpwerkwoord. Kijk hier voor meer informatie over koppelwerkwoorden.