Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Inleiding zinsontleding

Zinsontleding is het verdelen van de zin in zinsdelen. Je benoemt van elk zinsdeel de functie: onderwerp, persoonsvorm, lijdend voorwerp etc. Met zinsontleding krijg je inzicht in de opbouw van een zin. Het helpt je om een zin goed te formuleren en de spellingsregels goed toe te passen. Zinsontleding noem je ook wel redekundig ontleden.

Waarom zinsontleding?

Je kunt een zin ontleden om te bepalen:

  • wat de persoonsvorm van een zin is en welk onderwerp daarbij hoort;
  • of een zin in het enkelvoud of meervoud staat;
  • of een zin in de tegenwoordige, verleden of voltooide tijd staat;
  • of een zin uit één of meerdere zinnen bestaat;
  • en nog veel meer

Voorbeeld zinsontleding

Hieronder vind je een zin die is verdeeld in zinsdelen. Bij elk deel is aangegeven wat voor functie het heeft.

- Mijn collega heeft haar een nieuwe laptop gegeven.

  • Mijn collega = onderwerp
  • heeft = persoonsvorm
  • heeft gegeven = werkwoordelijk gezegde
  • haar = meewerkend voorwerp
  • een nieuwe laptop = lijdend voorwerp

Lijst zinsdelen

Hieronder vind je alle zinsdelen:

  1. onderwerp
  2. persoonsvorm
  3. gezegde
  4. lijdend voorwerp
  5. meewerkend voorwerp
  6. voorzetselvoorwerp
  7. bijwoordelijke bepaling

Zinsdelen

Als je langere zinnen schrijft of als je een vreemde taal leert, is het ook handig om te weten hoe je het lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en bijwoordelijke bepaling kunt vinden. Daarnaast is het handig om te weten wat het verschil tussen een hoofdzin en een bijzin is. Als je een zin gaat ontleden, begin je met de persoonsvorm. Hoe vind je de persoonsvorm?.