Braint Taalgids menu

Inleiding grammatica

Grammatica is een set van taalregels die ervoor zorgen dat woorden en zinnen begrijpelijk zijn voor anderen. Kijk bijvoorbeeld naar deze zin: Mijn collega hebben haar een nieuwe laptop gegeven. Je weet waarschijnlijk wel dat de zin niet klopt en dat het geen hebben moet zijn maar heeft. Maar als je de regels van de grammatica kent, kun je ook zeggen waarom dat zo is. Namelijk, de persoonsvorm (hebben) kan geen meervoud zijn als het onderwerp (mijn collega) enkelvoud is.

De regels van de Nederlandse grammatica leer je op school, onder andere met taalkundig ontleden en redekundig ontleden. Wat heb je er eigenlijk aan? Hieronder vind je een aantal argumenten om er mee aan de slag te gaan.

Wat is grammatica?

Een zin begrijpen

Door de plaats van een woord in de zin weet je wat een woord betekent. Neem bijvoorbeeld de volgende zin:

  • Mijn collega belt haar teamleider.

Omdat mijn collega het onderwerp van de zin is, weet je dat zij degene is die belt. Het is dus niet de teamleider die belt.

Werkwoordspelling

Je leert de basis voor de werkwoordspelling. In de zin hieronder weet je dat gedragen een werkwoord is en dat je in de tegenwoordige tijd enkelvoud stam + t schrijft: gedraag + t = gedraagt

  • Mijn broer gedraagt zich vreemd.

Een woord op de juiste plek

Je leert hoe je een woord op de juiste plek in de zin kunt zetten. Belangrijk, want soms kun je een zin op twee manieren lezen. Neem bijvoorbeeld de volgende zin:

  • Adrie geeft Marianne een appel.

Krijgt Adrie nou een appel of geeft hij er een?

  • Adrie geeft een appel (aan) Marianne.
  • (Aan) Adrie geeft Marianne een appel.

Vreemde talen

Je leert veel makkelijker een vreemde taal als je de Nederlandse taalregels beheerst. Een mooi voorbeeld is de woordvolgorde in het Engels. Deze lijkt veel op die van het Nederlands maar is soms net even anders. In het Nederlands zeg je:

  • Vandaag ga ik naar Amsterdam.

Als in het Nederlands een zin met een tijdsbepaling (vandaag) begint, draai je persoonsvorm (ga) en onderwerp (ik) om. In het Engels is dit niet zo.

  • Today I go to Amsterdam.

Zinsontleding kun je op 2 manieren doen: taalkundig en redekundig ontleden. Wat is taalkundig ontleden?