Braint Taalgids menu

Koppelwerkwoorden

Koppelwerkwoorden zijn: lijken, blijken, worden, zijn etc. Een koppelwerkwoord is een werkwoord dat samen met een bijvoeglijk naamwoord en/of een zelfstandig naamwoord een naamwoordelijk gezegde vormt. Het is de persoonsvorm van de zin en koppelt het naamwoordelijk deel aan het onderwerp.

Lijst koppelwerkwoorden

Lijst koppelwerkwoorden

Hieronder zie je alle koppelwerkwoorden:

  • zijn
  • worden
  • blijven
  • lijken
  • blijken
  • schijnen
  • heten
  • dunken
  • voorkomen

Voorbeelden koppelwerkwoorden

Hieronder vind je een paar voorbeelden van koppelwerkwoorden die met een bijvoeglijk naamwoord (zin 1 en 2) of een zelfstandig naamwoord (zin 3) het naamwoordelijk gezegde vormen. Het naamwoordelijk gezegde is roze. Het koppelwerkwoord is onderstreept:

  1. Jaap is ziek.
  2. Het meisje lijkt moe.
  3. Mijn vader blijft een driftige man.

Let op: als je een van deze werkwoorden gebruikt als hulpwerkwoord of zelfstandig werkwoord is het geen koppelwerkwoord:

  • Jaap is gisteren gepromoveerd.
  • Het meisje lijkt sprekend op haar moeder.
  • Mijn vader blijft vandaag op kantoor.

Naamwoordelijk gezegde

Een koppelwerkwoord vormt met het naamwoordelijk deel het naamwoordelijk gezegde. Als je hier meer over wilt weten, kijk dan hier. Wat is een naamwoordelijk gezegde?