Braint Taalgids menu

Inleiding leestekens

Leestekens zijn tekens die je bij het schrijven gebruikt om een tekst begrijpelijker te maken, bijvoorbeeld een punt of een komma. Als je iets vertelt, kun je met pauzes, intonatie of gebaren duidelijk maken wat je bedoelt. In geschreven taal doe je dit met punten, komma’s, vraagtekens en andere leestekens.

Hoe gebruik je leestekens?

Voorbeelden leestekens

Kijk bijvoorbeeld naar de zin hieronder zonder leestekens. Je moet raden wat er wordt bedoeld: vraagt Margriet iets of vraagt Joop iets?

  • Joop vraagt Margriet ga je naar dat feest
  • Joop vraagt: 'Margriet, ga je naar dat feest?'
  • 'Joop', vraagt Margriet, 'ga je naar dat feest?'

Je ziet dat de zinnen mét leestekens betekenis krijgen.

Overzicht leestekens

Er zijn leestekens die een pauze aangeven:

  • punt
  • komma
  • puntkomma
  • dubbele punt
  • gedachtestreepje

Daarnaast zijn er twee leestekens die een intonatie aangeven:

  • vraagteken
  • uitroepteken

Ook kun je leestekens gebruiken om woorden en zinnen heen:

  • haakjes
  • aanhalingstekens

Wil je hier meer over weten? Kijk dan bijvoorbeeld naar deze pagina. Wanneer gebruik je een vraagteken?