Braint Taalgids menu

Gezegde

Het gezegde bestaat uit de werkwoorden in een zin. Als er maar één werkwoord in de zin staat, dan is het gezegde de persoonsvorm. Als er meer werkwoorden in de zin staan, dan is het gezegde de persoonsvorm samen met de andere werkwoorden. Als je een zin gaat ontleden, begin je daarom altijd met de persoonsvorm.

Hoe vind je het gezegde?

Je vindt het gezegde door deze drie stappen te volgen.

  1. Zoek eerst de persoonsvorm.
  2. Kijk dan of er nog meer werkwoorden in de zin staan.
  3. Deze werkwoorden bij elkaar vormen het gezegde.
Hoe vind je het gezegde?

Voorbeelden gezegde

In de voorbeelden hieronder is het gezegde roze en de persoonsvorm is onderstreept.

  • Pieter eet een appel.
  • Pieter heeft een appel gegeten.
  • Pieter zou een appel hebben gegeten.

Werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde

Er zijn twee soorten gezegdes. Een werkwoordelijk gezegde bestaat uit een of meer werkwoorden en een naamwoordelijk gezegde bestaat uit een koppelwerkwoord en een naamwoordelijk deel. Hoe vind je het naamwoordelijk gezegde?