Braint Taalgids menu

Werkwoordelijk gezegde

Het werkwoordelijk gezegde is de persoonsvorm en alle andere werkwoorden in een zin. Als het werkwoordelijk gezegde uit meer werkwoorden bestaat, is de persoonsvorm altijd een hulpwerkwoord. Als er in de zin maar één werkwoord staat, is de persoonsvorm ook het werkwoordelijk gezegde.

Hoe vind je het werkwoordelijk gezegde?

Volg deze stappen om het werkwoordelijk gezegde te vinden.

  1. Zoek eerst de persoonsvorm.
  2. Zijn er nog andere werkwoorden? Dan vormen deze met de persoonsvorm het werkwoordelijk gezegde.
  3. Is de persoonsvorm het enige werkwoord? Dan is de persoonsvorm het werkwoordelijk gezegde.
Hoe vind je het werkwoordelijk gezegde?

Voorbeelden werkwoordelijk gezegde

Hieronder vind je een paar voorbeelden. Het werkwoordelijk gezegde is roze. De persoonsvorm is onderstreept.

  • Eefje loopt naar school.
  • Janneke zou gisteren gelogeerd hebben bij haar broer.
  • We worden steeds door hem opgebeld.

Verder met zinsontleding

Op de vorige pagina's heb je gelezen over de zinsdelen: onderwerp, persoonsvorm, gezegde (naamwoordelijk en werkwoordelijk), lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp. Op de volgende pagina gaat het over de bijvoeglijke bepaling. Dit is een zinsdeel dat je vindt binnen een ander zinsdeel, bijvoorbeeld een onderwerp. Hoe vind je een bijvoeglijke bepaling?