Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Werkwoordelijk gezegde

Het werkwoordelijk gezegde is de persoonsvorm en alle andere werkwoorden in een zin. Als het werkwoordelijk gezegde uit meer werkwoorden bestaat, is de persoonsvorm altijd een hulpwerkwoord. Als er in de zin maar één werkwoord staat, is de persoonsvorm ook het werkwoordelijk gezegde.

Voorbeelden werkwoordelijk gezegde

Hieronder vind je een paar voorbeelden. Het werkwoordelijk gezegde is roze. De persoonsvorm is onderstreept.

  • Eefje loopt naar school.
  • Janneke zou gisteren gelogeerd hebben bij haar broer.
  • We worden steeds door hem opgebeld.

Hoe vind je het werkwoordelijk gezegde?

Je zoekt eerst de persoonsvorm van de zin. Als er nog meer werkwoorden zijn, vormen deze met de persoonsvorm het werkwoordelijk gezegde. Is de persoonsvorm het enige werkwoord? Dan is dit vaak het werkwoordelijk gezegde.

Werkwoordelijk gezegde en naamwoordelijk gezegde

Er zijn twee soorten gezegdes: werkwoordelijk gezegde en naamwoordelijk gezegde. Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit een of meer werkwoorden. Het naamwoordelijk gezegde bestaat uit een koppelwerkwoord en een naamwoordelijk deel. Hoe vind je het naamwoordelijk gezegde?

Wat is een werkwoordelijke uitdrukking?

Een werkwoordelijke uitdrukking is een vaste combinatie van een werkwoord en een of meer andere woorden. Deze uitdrukkingen hebben een figuurlijke betekenis. Ook werkwoordelijke uitdrukkingen vormen een werkwoordelijk gezegde (ook al staan er zelfstandige naamwoorden in).

Voorbeelden werkwoordelijke uitdrukking

Hieronder vind je een paar voorbeelden van zinnen met een werkwoordelijke uitdrukking. Het werkwoordelijk gezegde is roze. De persoonsvorm is onderstreept.

  • Joep kijkt nog even de kat uit de boom.
  • Ik ga niet bij de pakken neerzitten.
  • Mijn buurman is gisteren met de noorderzon vertrokken.