Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Hun of hen

Je gebruikt hun op de volgende manieren:

als bezittelijk voornaamwoord

  • Ze hebben hun boeken niet op tijd ingeleverd.
  • Hun vragen zijn nog steeds niet beantwoord.

als meewerkend voorwerp

  • De broer van zijn vader heeft hun een nieuwe fiets gegeven.
  • Ik heb hun gevraagd om deze keer wat vroeger te komen.

Je gebruikt hen als:

een lijdend voorwerp

  • Ik ken hen goed.
  • Mijn collega heeft hen gisteren ontmoet.

er een voorzetsel voor staat

  • Piet ging met hen naar de film.
  • Ik heb aan hen gevraagd om deze keer wat vroeger te komen.

In welke zin staat een stijlfout?

  1. Ik heb hun nog een paar adviezen kunnen geven.
  2. Heb je hun berichtjes dan niet gelezen?
  3. Ze heeft gisteren nog aan hun gevraagd of ze zouden komen.
Wat is het goede antwoord?