Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Hun of hen

Je gebruikt hun als een meewerkend voorwerp, bijvoorbeeld in de zin: Ik geef hun nog een kans. Je gebruikt hen als een lijdend voorwerp, bijvoorbeeld in de zin: Ik geloof hen. Als je twijfelt, kun je in beide gevallen hun en hen vervangen door ze. Kijk hieronder voor het overzicht van de regels met voorbeelden.

Je gebruikt hun

  1. als meewerkend voorwerp
    • De broer van zijn vader heeft hun een nieuwe fiets gegeven.
    • Ik heb hun gevraagd om deze keer wat vroeger te komen.
  2. als bezittelijk voornaamwoord
    • Ze hebben hun boeken niet op tijd ingeleverd.
    • Hun vragen zijn nog steeds niet beantwoord.

Je gebruikt hen

  1. als lijdend voorwerp
    • Ik ken hen goed.
    • Mijn collega heeft hen gisteren ontmoet.
  2. als er een voorzetsel voor staat
    • Piet ging met hen naar de film.
    • Ik heb aan hen gevraagd om deze keer wat vroeger te komen.

Hun als onderwerp

Een veelgemaakte fout is het gebruik van hun als onderwerp. Bijvoorbeeld: Hun blijven nog even. Dit moet zijn: Ze blijven nog even.