Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Hun of hen

Je gebruikt hun op de volgende manieren:

als bezittelijk voornaamwoord

  • Ze hebben hun boeken niet op tijd ingeleverd.
  • Hun vragen zijn nog steeds niet beantwoord.

als meewerkend voorwerp

  • De broer van zijn vader heeft hun een nieuwe fiets gegeven.
  • Ik heb hun gevraagd om deze keer wat vroeger te komen.

Je gebruikt hen als:

een lijdend voorwerp

  • Ik ken hen goed.
  • Mijn collega heeft hen gisteren ontmoet.

er een voorzetsel voor staat

  • Piet ging met hen naar de film.
  • Ik heb aan hen gevraagd om deze keer wat vroeger te komen.