Braint Taalgids menu

Lidwoorden

Lidwoorden zijn de, het en een. Je schrijft ze voor een zelfstandig naamwoord. Tussen een lidwoord en een zelfstandig naamwoord kun je een bijvoeglijk naamwoord of een telwoord schrijven. Dit kunnen er ook meer zijn (een kille, natte dag). Als een woord uit twee woorden bestaat, bepaalt het laatste woord of je de of het gebruikt. Bijvoorbeeld, het treinstel (= de trein + het stel).

Voorbeelden lidwoorden

Welk lidwoord gebruik je?

Hieronder vind je een paar voorbeelden van lidwoorden, samen met een zelfstandig naamwoord.

  • De straat waar ik woon, is erg druk.
  • Een straat moet 's nachts goed verlicht zijn.
  • Het huis naast ons wordt geschilderd.
  • Een huis in de stad is erg duur.

Welk lidwoord, de of het?

Je gebruikt het voor een onzijdig woord. Het lidwoord de gebruik je voor een mannelijk of vrouwelijk woord. Als Nederlands je moedertaal is, weet je meestal wel welk lidwoord je moet gebruiken. Als Nederlands niet je moedertaal is, dan moet je het eigenlijk uit je hoofd leren of opzoeken. Gelukkig zijn er wel een paar regels die houvast geven.

Het lidwoord de voor:

  1. een woord in het meervoud
    • de appels, de jassen
  2. een beroep
    • de bakker, de schilder
  3. groenten, fruit, bomen en planten
    • de bloemkool, de citroen, de eik
  4. namen van bergen en rivieren
    • de Etna, de Maas
  5. vrouwelijke woorden: deze eindigen op -ing, -ie, -ij, -heid, -teit, -a, -nis, -st, -schap, -de
    • de samenleving, de spatie, de vrijheid, de kwaliteit, de agenda, de kennis, de winst, de vriendschap, de genade

Het lidwoord het voor:

  1. een verkleinwoord
    • het kindje
  2. woorden met twee lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, ont-
    • het begrip, het gedrag, het verlies, het ontzag
  3. namen van talen
    • het Russisch
  4. namen van metalen
    • het ijzer, het koper
  5. woorden die eindigen op -isme, -ment
    • het Boeddhisme, het moment
  6. zelfstandige naamwoorden die zijn afgeleid van een werkwoord
    • het slapen, het fietsen

In het volgende hoofdstuk lees je alles over voorzetsels. Wat zijn voorzetsels?