Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Voegwoorden

Voegwoorden zijn en, maar, want, dat, omdat etc. Het zijn woorden die zinnen met elkaar verbinden. Als je twee of meer gelijkwaardige zinnen met elkaar wilt verbinden, gebruik je een nevenschikkend voegwoord (en, maar, want). Met een onderschikkend voegwoord verbind je een hoofdzin met een bijzin (dat, omdat, voordat, zodat etc.).

Lijst voegwoorden

Hieronder vind je een lijst met voegwoorden met het verband tussen de zinnen:

  1. conclusie
    • Het is droog dus we kunnen gaan.
  2. neutraal
    • Hij leest een boek en zijn broer kijkt televisie.
    • Hij zegt dat ze naar Canada gaan.
  3. tegenstelling
    • Logeren vind ik leuk, maar niet bij mijn tante.
    • Ze gaat naar het feest, hoewel ze niet is uitgenodigd.
  4. op dat moment
    • Hij stond achter het doel toen het doelpunt gemaakt werd.
    • Hij komt zodra hij klaar is.
  5. keuze
    • Wil je koffie of thee?
  6. reden
    • Ik drink koffie want daar blijf ik wakker van.
    • Ik ga naar de film, omdat ik daar zin in heb.
  7. voorwaarde
    • Je mag naar huis als je klaar bent.
    • We gaan naar het strand, mits het niet regent.
  8. oorzaak
    • Ik kwam te laat doordat de brug open stond.
  9. gevolg
    • Het heeft hard geregend, zodat er overal plassen liggen.
  10. daarna
    • Ik doe het licht uit, nadat ik de deuren op slot heb gedaan.
  11. doel
    • Kom op tijd, opdat we vroeg kunnen vertrekken.
  12. vanaf
    • Sinds ze een nieuwe baan heeft, voelt ze zich veel gelukkiger.
  13. behalve als
    • We gaan naar het bos, tenzij het regent.
  14. tegelijkertijd
    • Ik schil de aardappels, terwijl zij de groente schoonmaakt.
  15. daarvoor
    • Voordat ik naar bed ga, poets ik mijn tanden.
  16. tijd
    • Ik bepaal zelf wel wanneer ik naar bed ga.

Samengestelde zinnen

Met een voegwoord verbind je twee zinnen met elkaar, zodat er een nieuwe zin ontstaat. De zin die je op deze manier maakt, noem je een samengestelde zin. Als je een samengestelde zin redekundig gaat ontleden, zoek je eerst naar het voegwoord. Want dan weet je ook uit welke zinnen de samengestelde zin bestaat. Als je hier meer over wilt lezen, kijk dan hier. Wat is het verschil tussen hoofdzin en bijzin?