Braint Taalgids menu

Verleden tijd

De persoonsvorm in de verleden tijd spel je met te(n) of de(n) achter de stam. Als de stam al op een t of een d eindigt, schrijf je dubbel t of dubbel d. Hoe weet je of je te(n) of de(n) schrijft? Dit kun je horen als je de verleden tijd voor jezelf uitspreekt, bijvoorbeeld werkte en meldde. Onregelmatige (sterke) werkwoorden schrijf je op een andere manier: zij veranderen van klank, bijvoorbeeld vinden: Hij vond iets.

Stappenplan verleden tijd

verleden tijd voorbeeld

Je kunt de juiste spelling bepalen met dit stappenplan:

  1. Zoek eerst de persoonsvorm in de zin.
  2. Kijk dan wat de stam van dit werkwoord is.
  3. Daarna zoek je het onderwerp.
  4. Is het onderwerp enkelvoud (ik/jij/u/hij/zij/het)? Dan te of de achter de stam
  5. Is het onderwerp meervoud (wij/jullie/zij)? Dan ten of den achter de stam

Schema werkwoordspelling verleden tijd

Hieronder zie je de spelling in de verleden tijd van de werkwoorden melden, wachten, werken en vinden.


Melden  
OnderwerpVormSpelling
ik/jij/u/hij/zij/hetstam + demeldde
wij/jullie/zijstam + denmeldden
   
Wachten  
OnderwerpVormSpelling
ik/jij/u/hij/zij/hetstam + tewachtte
wij/jullie/zijstam + tenwachtten
   
Werken  
OnderwerpVormSpelling
ik/jij/u/hij/zij/hetstam + tewerkte
wij/jullie/zijstam + tenwerkten
   
Vinden  
OnderwerpVormSpelling
ik/jij/u/hij/zij/hetklankveranderingvond
wij/jullie/zijklankveranderingvonden

Spelling voltooid deelwoord

De regels hierboven gelden voor werkwoordspelling in de verleden tijd. Kijk ook eens hoe je een voltooid deelwoord spelt. Wat is een voltooid deelwoord?

Taal oefenen? Bekijk onze online cursussen.

Bekijk alle online cursussen

© 2021 BRAINT