Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Stam van het werkwoord

Hoe vind je de stam?

De stam vind je door -en of -n van het hele werkwoord af te halen. Wat je overhoudt, is de stam. Er zijn werkwoorden waarin dit niet klopt: de stam van geloven = gelov; stam van zijn = ? Neem dan de ik-vorm: geloof, ben.

Voorbeelden

Hieronder vind je een paar voorbeelden van werkwoorden met daarachter de stam.

  • lopen(ik) loop
  • doen(ik) doe
  • worden(ik) word

Stam op een v of een z?

De stam van een werkwoord kan eindigen op een v of een z. Als je de stam schrijft, verandert de v in een f en een z wordt een s.

  • verhuizen(ik) verhuiz = ik verhuis
  • verven(ik) verv = ik verf

In welke zin is het onderstreepte woord geen stam van het werkwoord?

  1. Lust jij worteltjes?
  2. Wordt je vader ook zo grijs?
  3. Het is lang geleden dat ik daar ben geweest.
Klik hier voor het antwoord en uitleg.