Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Aanwijzend voornaamwoord

Hieronder vind je uitleg over het aanwijzend voornaamwoord.

Een het-woord dat dichtbij is, wijs je aan met dit.

  • Dit kind zit naast me in de klas.

Een het-woord dat ver weg is, wijs je aan met dat.

  • Dat kind zit helemaal vooraan.

Een de-woord dat dichtbij is, wijs je aan met deze.

  • Deze man woont hier in de straat.

Een de-woord dat verweg is, wijs je aan met die.

  • Die man verderop in de straat gaat verhuizen.

Deze en die gebruik je alleen bij een zelfstandig naamwoord. Dit en dat kun je ook los gebruiken. Het maakt dan niet uit of het enkelvoud of meervoud is.

Dichtbij en enkelvoud

  • Dit is mijn vriendin.

Veraf en enkelvoud

  • Dat is mijn nieuwe overbuurman.

Dichtbij en meervoud

  • Dit zijn mijn kinderen die nog thuis wonen.

Veraf en meervoud

  • Dat zijn mijn nieuwe buren.

Met dit of deze en dat of die kun je niet alleen de letterlijke afstand aangeven, maar ook de emotionele afstand die je hebt ten opzichte van iets of iemand.


Bezoekers aan deze pagina bekeken ook:
Spelling verwijswoorden
Lidwoord, de of het?

Vraag van de Week | Week 46

Ik vind die leestekens een gedoe. Je zet een punt achter een zin en als je in de zin een pauze hoort, is het tijd voor een komma, toch? Welke leestekens gebruik jij?

Naar de taalvraag