Braint Taalgids menu

Afkortingen

Je maakt afkortingen meestal met een punt. Als je een enkel woord afkort, zet je de punt na de afkorting. Als je van meerdere woorden een afkorting maakt, plaats je achter elke letter een punt.

Hoe maak je afkortingen?

Voorbeelden afkortingen

Van een enkel woord:

  • jl.jongstleden
  • enz.enzovoort
  • nl.namelijk

Van meerdere woorden:

  • o.a.onder andere
  • m.a.w.met andere woorden
  • t.g.v.ter gelegenheid van

Initiaalwoord

Een initiaalwoord is gemaakt van de beginletters van de afgekorte woorden. Je spreekt een initiaalwoord uit als losse letters. Als het om een eigennaam gaat, schrijf je hoofdletters. Anders schrijf je kleine letters. Je gebruikt hier geen punt.

  • KLM, ANWB, NS, VPRO
  • vwo, vmbo, btw, cv

Letterwoord

Een letterwoord is ook gemaakt van beginletters, zoals een initiaalwoord, maar een letterwoord spreek je uit als één woord en niet als losse letters.

  • VARA, havo, pin

Een ander leesteken is het gedachtestreepje. Hoe gebruik je een gedachtestreepje?

Taal oefenen? Bekijk onze online cursussen.

Bekijk alle online cursussen

© 2021 BRAINT