Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Bezittelijk voornaamwoord

Een bezittelijk voornaamwoord is mijn, jouw, zijn, haar etc. Het is een woord waarmee je een bezit aanduidt. Het staat bijna altijd voor een zelfstandig naamwoord. Een bezittelijk voornaamwoord kun je zowel niet-zelfstandig (dit is mijn jas) als zelfstandig (dat is de jouwe) gebruiken. Let op: in de zin Deze jas is van jou. is jou een persoonlijk voornaamwoord.

Lijst bezittelijke voornaamwoorden en voorbeelden

Hieronder vind je een lijst van de bezittelijke voornaamwoorden die je gebruikt als je verwijst naar een bezit.

  • Ik ben op mijn nieuwe werkplek.
  • Jij bent op jouw (je) nieuwe werkplek.
  • Hij is op zijn nieuwe werkplek.
  • Zij is op haar nieuwe werkplek.
  • U bent op uw nieuwe werkplek.
  • Wij zijn op onze nieuwe werkplek.
  • Jullie zijn op jullie nieuwe werkplek.
  • Zij zijn op hun nieuwe werkplek.

Zijn of haar

Als je verwijst naar een woord in de 3e persoon dat in het enkelvoud staat, bepaalt het geslacht van dit woord of je zijn of haar gebruikt. Zijn hoort bij mannelijke en onzijdige woorden; haar hoort bij vrouwelijke woorden. Wil je weten hoe je een vrouwelijk woord herkent? Kijk dan bij incongruentie.

  • De directie is op haar nieuwe werkplek.
  • Het personeel is op zijn nieuwe werkplek.