Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Betrekkelijk voornaamwoord

Wat is een betrekkelijk voornaamwoord?

Een betrekkelijk voornaamwoord is een woord dat twee zinnen met elkaar verbindt. Het verwijst naar (heeft betrekking op) een woord dat eerder is genoemd. De tweede zin, die begint met het betrekkelijk voornaamwoord, noem je dan de betrekkelijke bijzin. Ook kan het verwijzen naar de zin die daarvoor staat. Betrekkelijke voornaamwoorden zijn die, dat, wat, welke.

Voorbeelden betrekkelijk voornaamwoord

Hieronder vind je een paar voorbeelden van betrekkelijke voornaamwoorden die je kunt gebruiken. Het woord waar het betrekking op heeft, is onderstreept.

  1. Met die verwijs je naar een de-woord.
    • De man die daar loopt, is mijn oud-collega.
    • De foto's die je vorige week maakte, zijn klaar.
  2. Met dat verwijs je naar een het-woord.
    • Het horloge dat ik voor mijn verjaardag kreeg, is gestolen.
    • Het verslag dat je me gisteren gaf, heb ik gelezen.
  3. Met wat verwijs je naar een onbepaald voornaamwoord
    • Vertel me alles wat je ziet.
    • Het weinige wat ik hierover weet, schrijf ik op.
  4. Met wat verwijs je naar een overtreffende trap
    • Het mooiste wat ik heb, ben jij.
    • Dat is het leukste wat ik ooit heb meegemaakt.
  5. Met wat verwijs je naar een hele zin.
    • Zij komen morgen ook, wat ik erg leuk vind.
    • Onze club wordt kampioen, wat we natuurlijk zullen vieren.

Met het betrekkelijk voornaamwoord welke kun je ook verwijzen naar de-woorden (je mag dit niet gebruiken als je verwijst naar personen en naar het-woorden). Dit voornaamwoord is echter erg formeel (en ouderwets). Gebruik dus gewoon die.


In welke zin is het onderstreepte woord FOUT?

  1. Ik heb zijn stuk over de aanpassing van de huren dat hij mij gisteren mailde, nog niet gelezen.
  2. Ik kom nog even terug op het telefoongesprek over de organisatie van de komende informatieavonden die ik vanochtend met u had.
  3. De temleider ging akkoord met ons voorstel, wat we erg op prijs stelden.
Wat is het goede antwoord?