Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Persoonlijk voornaamwoord

Een persoonlijk voornaamwoord is: ik, jij, hij, jullie etc. Het is een woord dat meestal verwijst naar iemand. Maar het kan ook verwijzen naar iets. Welk persoonlijk voornaamwoord je kiest, hangt af de persoon (eerste, tweede of derde persoon) en het getal (enkelvoud of meervoud). Ook kijk je naar de functie van het woord in de zin (onderwerp of een ander zinsdeel).

Lijst persoonlijke voornaamwoorden

Hieronder vind je voorbeelden met daarin alle persoonlijke voornaamwoorden. De persoonlijke voornaamwoorden zijn roze.

  • ik loopjij ziet mij, me
  • jij, je, u looptik zie jou, je, u
  • hij looptik zie hem
  • zij, ze looptik zie haar
  • het looptik zie het
  • wij, we lopenjij ziet ons
  • jullie lopenik zie jullie
  • zij, ze lopenik zie ze, hen

Hun of hen

Het persoonlijk voornaamwoord hun gebruik je alleen als je er 'aan' voor kunt denken (maar het staat er niet). Als er wel 'aan' voor staat, schrijf je hen. In plaats van deze voornaamwoorden, kun je ook ze gebruiken.

  • Zij stuurt hun de verslagen vanmiddag.
  • Zij stuurt de verslagen vanmiddag aan hen.
  • Zij stuurt ze de verslagen vanmiddag.