Braint Taalgids menu

Tussen-n

Je schrijft een tussen-n als het linkerdeel van het woord een zelfstandig naamwoord is dat eindigt op en. Het gaat dan om een woord dat uit twee woorden bestaat. Dit noemen we een samenstelling. Ook schrijf je een tussen-n als het eerste deel van een samenstelling een zelfstandig naamwoord is dat in het meervoud eindigt op en. De regels voor het gebruik van de tussen-n zijn een paar keer veranderd en dat is soms lastig.

Wat is een tussen -n?

Voorbeelden tussen-n

Het eerste deel eindigt op en.

  • keukenkast
  • dronkenschap

Het meervoud van het eerste deel eindigt op en.

  • hondenhok
  • paddenstoel

Wanneer geen tussen-n?

Hieronder vind je de regels voor het schrijven van woorden zonder tussen-n. Bij elke regel zie je voorbeelden.

  1. Als het eerste woord van de samenstelling in het meervoud zowel op en als es eindigt.
    • groentekraam (groenten / groentes)
    • aktetas (akten / aktes)
  2. Als je een persoon of zaak noemt die uniek is.
    • zonneschijn (er is maar één zon)
    • Koninginnedag (we hebben maar één koningin)
  3. Als het eerste woord de betekenis van het tweede woord versterkt.
    • boordevol (het is niet gewoon vol, maar heel erg vol)
    • beregoed (het is niet gewoon goed maar heel erg goed)
  4. Als je niet meer weet waar de samenstelling vandaan komt (versteende samenstelling).
    • bolleboos
    • schattebout
  5. Als het eerste woord een zelfstandig naamwoord is dat geen meervoud heeft.
    • tarwebrood (je zegt niet: tarwen)
    • rijstepap (je zegt niet: rijsten)
  6. Als het eerste woord een werkwoord is.
    • spinnewiel (werkwoord: spinnen)
    • lachebek (werkwoord: lachen)
  7. Als het woord eindigt op loos.
    • besluiteloos
    • ideeëloos
    Als het eerste deel van het woord eindigt op en, dan schrijf je wel een tussen-n.
    • wezenloos
    • gewetenloos

Tussen-s

De tussen-s is een andere tussenklank. Je schrijft een tussen-s in een samenstelling als je de s kunt horen, bijvoorbeeld in stationsplein. Als het tweede woord in een samenstelling met een s begint, dan hoor je de s niet, bijvoorbeeld in stationsstraat. Tip: vervang het tweede woord door een ander woord. Je hoort dan of het eerste woord wel of niet op een s eindigt. Als het eerste deel een verkleinwoord is, schrijf je altijd een tussen-s.

Hoe gebruik je een tussen-s?

Voorbeelden tussen-s

  • regeringsverklaring
  • Stationsplein
  • Stationsstraat
  • streepjescode