Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Koppelteken

Een koppelteken is een verbindingsstreepje. Vaak schrijf je samengestelde woorden als één woord, dus aan elkaar. Dit doe je als je het woord makkelijk kunt lezen. In een aantal gevallen kan dit niet. Je plaatst dan een koppelteken om woorden, letters of getallen te koppelen aan het andere woord.

Wanneer gebruik je een koppelteken?

  1. In samenstellingen met letters, afkortingen en cijfers
    • g-snaar
    • tbc-patiënt
    • 83-jarige
  2. In samenstellingen die een titel of een rang aanduiden. Je kunt het eerste woord ook zelfstandig als persoonsnaam gebruiken.
    • luitenant-kolonel
    • secretaris-generaal
    • generaal-majoor
  3. In aardrijkskundige namen die uit twee delen bestaan.
    • Amsterdam-Oost
    • Nieuw-Zeeland
    • Midden-Amerika
  4. In samenstellingen die je zonder koppelteken verkeerd kunt lezen (klinkerbotsing).
    • radio-omroep
    • stage-uren
    • branche-indeling
  5. In woorden met de voorvoegsels adjunct, aspirant, assistent, bijna, chef, collega, ex, interim, kandidaat, leerling, meester, niet, non, oud.
    • ex-minister
    • kandidaat-notaris
    • oud-burgemeester
  6. Tussen woorden die gelijkwaardig zijn in de samenstelling.
    • hotel-restaurant
    • zwart-wit
    • dichter-schrijver
  7. Tussen meer dan twee woorden die samen één woord vormen (samenkoppeling), bijvoorbeeld
    • een staakt-het-vuren
    • een kant-en-klare maaltijd

Apostrof en koppelteken

Let op: je schrijft geen koppelteken tussen een afkorting (initiaalwoord) en -er, -en , -tje. Hier gebruik je een apostrof.

  • WAO'er
  • sms'en
  • dvd'tje

Wil je meer informatie over de apostrof?