Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Lidwoorden

Wat zijn lidwoorden?

We hebben in Nederland drie lidwoorden: een (onbepaald lidwoord), de en het (bepaalde lidwoorden). Je schrijft ze voor een zelfstandig naamwoord. Tussen een lidwoord en een zelfstandig naamwoord kun je een bijvoeglijk naamwoord of een telwoord schrijven. Dit kunnen er ook meer zijn (een kille, natte dag).

Voorbeelden

Hieronder vind je een paar voorbeelden van lidwoorden, samen met een zelfstandig naamwoord.

  • De straat waar ik woon, is erg druk.
  • Een straat moet 's nachts goed verlicht zijn.
  • Het huis naast ons wordt geschilderd.
  • Een huis in de stad is erg duur.

Welk lidwoord gebruik je?

Je gebruikt het lidwoord het voor een onzijdig woord. Het lidwoord de gebruik je voor een mannelijk of vrouwelijk woord. Als Nederlands je moedertaal is, weet je meestal wel welk lidwoord je moet gebruiken. Als Nederlands niet je moedertaal is, dan moet je het eigenlijk uit je hoofd leren (of opzoeken). Gelukkig zijn er wel een paar regels die houvast geven.

Wanneer gebruik je het lidwoord de?

Je gebruikt het lidwoord de voor:

  1. een woord in het meervoud
    • de appels, de jassen
  2. een beroep
    • de bakker, de schilder
  3. groenten, fruit, bomen en planten
    • de bloemkool, de citroen, de eik
  4. namen van bergen en rivieren
    • de Etna, de Maas
  5. vrouwelijke woorden: deze eindigen op -ing, -ie, -ij, -heid, -teit, -a, -nis, -st, -schap, -de
    • de samenleving, de spatie, de vrijheid, de kwaliteit, de agenda, de kennis, de winst, de vriendschap, de genade

Wanneer gebruik je het lidwoord het?

Je gebruikt het lidwoord het voor:

  1. een verkleinwoord
    • het kindje
  2. woorden met twee lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, ont-
    • het begrip, het gedrag, het verlies, het ontzag
  3. namen van talen
    • het Russisch
  4. namen van metalen
    • het ijzer, het koper
  5. woorden die eindigen op -isme, -ment
    • het Boeddhisme, het moment
  6. zelfstandige naamwoorden die zijn afgeleid van een werkwoord
    • het slapen, het fietsen

Lidwoorden oefenen

Wil je de lidwoorden oefenen? Dat kan online met deze cursus: