Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Bijvoeglijk naamwoord

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

Een bijvoeglijk naamwoord is een woord dat extra informatie geeft over een zelfstandig naamwoord. Je schrijft het vaak voor een zelfstandig naamwoord, maar het kan er ook achter staan. Daarnaast kun je een bijvoeglijk naamwoord zelfstandig gebruiken in een zin.

Voorbeelden

Hieronder zie je een paar voorbeelden. De bijvoeglijke naamwoorden zijn roze. Het zelfstandig naamwoord is onderstreept.

  1. Een bijvoeglijk naamwoord zet je voor of na het zelfstandig naamwoord.
    • het dure horloge
    • het horloge is duur
    • de lange straat
    • de straat is lang
  2. Als je meer informatie over het zelfstandig naamwoord wilt geven, kun je meer bijvoeglijke naamwoorden gebruiken.
    • het grote, dure horloge
    • de lange, lege straat
  3. Als het lidwoord het of de voor een zelfstandig naamwoord staat, schrijf je een e achter het bijvoeglijk naamwoord.
    • het mooie meisje
    • de warme kruik
  4. Let op: als je het lidwoord een voor een het-woord zet, schrijf je geen e.
    • het mooie meisje - een mooi meisje
    • het dure horloge - een duur horloge
  5. Je kunt een bijvoeglijk naamwoord ook zelfstandig in een zin gebruiken.
    • Hij is altijd de braafste van de klas.
    • Wil je de rode of de blauwe?

Verdubbeling medeklinker

Er zijn ook bijvoeglijke naamwoorden die een dubbele medeklinker krijgen als je er een e achter zet, bijvoorbeeld:

  • nat -natte
  • slim – slimme
  • fel – felle