"> Antwoorden zinsontleding – Braint Taalgids
Taal op niveau met e-coaching menu

Braint Taalgids

Spelling, werkwoordspelling, grammatica, stijl, leestekens en zakelijk schrijven

Antwoorden zinsontleding

Hieronder zie je de antwoorden van de vragen in de Taalgids. Ook staat er een stukje uitleg bij.

Terug naar de vraag

Antwoord voegwoorden

Mits (als) is hier het juiste voegwoord omdat je een voorwaarde aangeeft. Tenzij betekent behalve als en past dus niet in deze zin. Ook het voegwoord hoewel kan hier niet, want er is geen sprake van een tegenstelling.

Wil je nog meer voegwoorden oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord voorzetsels

In deze zin gebruik je over, omdat het gaat om een overweging (om iets te doen) die mijn collega maakt.

  • Denken aan     =      aan iets of iemand denken
  • Denken om     =      erop letten dat je iets niet vergeet
  • Denken van     =      een mening hebben over iets of iemand

Wil je nog meer voorzetsels oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord persoonsvorm

Het onderstreepte woord in zin 3 is geen persoonsvorm. Tip: als je van deze zin een vragende zin maakt, komt de persoonsvorm vooraan:

- Vind ik wachten irritant?

Het werkwoord vind is dus de persoonsvorm.

Wil je nog meer de persoonsvorm oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord onderwerp

Het onderstreepte woord in zin 3 is geen onderwerp. Wie heeft bedacht? Antwoord: je broer. Twijfel je? Maak de zin dan vragend met de persoonsvorm vooraan. Het onderwerp komt dan meteen na de persoonsvorm:

- Heeft je broer dit plan bedacht?

Wil je nog meer het onderwerp oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord lijdend voorwerp

Het onderstreepte woord in zin 2 is geen lijdend voorwerp. Wat betaalde hij? Antwoord: de meeste boetes.

Je vindt het lijdend voorwerp dus door wie of wat voor het gezegde + het onderwerp te zetten.

Wil je nog meer het lijdend voorwerp oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord meewerkend voorwerp

Het onderstreepte woord in zin 3 is geen meewerkend voorwerp, want je kunt aan hier niet weglaten.

Wil je nog meer het meewerkend voorwerp oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord gezegde

De onderstreepte woorden in zin 1 vormen geen gezegde. Het werkwoord wachten is hier een deel van het lijdend voorwerp:

Wat vind jij vervelend? Antwoord: het wachten op de bus.

Wil je nog meer het gezegde oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord hulpwerkwoord

Het onderstreepte woord in zin 3 is geen hulpwerkwoord, want er staat geen ander werkwoord in de zin. In plaats van heeft, kun je het werkwoord bezit gebruiken. Het is hier dus een zelfstandig werkwoord:

- Mijn broertje bezit een nieuwe fiets.

Wil je nog meer hulpwerkwoorden oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord zelfstandig werkwoord

Het onderstreepte woord in zin 1 is geen zelfstandig werkwoord, want er staat een voltooid deelwoord in de zin:

- De docent heeft het al drie keer uitgelegd.

Wil je nog meer het zelfstandig werkwoord oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord naamwoordelijk gezegde

Het onderstreepte deel in zin 3 is een naamwoordelijk gezegde. Een ondernemende vrouw is het naamwoordelijk deel en de persoonsvorm lijkt is een koppelwerkwoord.

Wil je nog meer het naamwoordelijk gezegde oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord werkwoordelijk gezegde

De onderstreepte woorden in zin 2 vormen geen werkwoordelijk gezegde. Het werkwoord Roken is hier een zelfstandig naamwoord en het onderwerp van de zin (je kunt er het voor denken).

Wil je nog meer het werkwoordelijk gezegde oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord koppelwerkwoorden

Het onderstreepte woord in zin 1 is geen koppelwerkwoord, want er staat een voltooid deelwoord in de zin:

- Hij is zijn naam vergeten.

In deze zin is is een hulpwerkwoord. Het helpt het werkwoord vergeten. Samen vormen ze een werkwoordelijk gezegde.

Wil je nog meer ontleden oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord bijvoeglijke bepaling

Het onderstreepte woord in zin 3 is geen bijvoeglijke bepaling. Dat clubje heren is een zinsdeel en heren is hier een bijvoeglijke bepaling die verwijst naar Dat clubje.

Wil je nog meer ontleden oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord bijwoord

Het onderstreepte woord in zin 1 is geen bijwoord maar een bijvoeglijk naamwoord. In deze zin is bijzonder een bijwoord. Dit geeft meer informatie over het bijvoeglijk naamwoord nare.

Wil je nog meer ontleden oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord bijwoordelijke bepaling

Het onderstreepte woord in zin 2 is geen bijwoordelijke bepaling, maar een lijdend voorwerp.

Vraag: Wat willen haar kinderen?
Antwoord: meer zakgeld.

Wil je nog meer ontleden oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord voorzetselvoorwerp

Het onderstreepte woord in zin 2 is geen voorzetselvoorwerp, maar een bijwoordelijke bepaling van hoedanigheid.

Vraag: Hoe ga je naar Londen?
Antwoord: met de trein

Wil je nog meer ontleden oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord hoofdzin en bijzin

Het onderstreepte deel in zin 3 is geen hoofdzin, maar een bijzin. De bijzin geeft extra informatie over de hoofdzin, maar je kunt hem niet zelfstandig gebruiken:

Als je jarig bent ... ?

Wil je nog meer ontleden oefenen?



Terug naar de vraag

Antwoord woordvolgorde

In zin 2 klopt de woordvolgorde niet. Na de bijzin begin je met de persoonsvorm van de zin:

Doordat het glad was, raakte hij de macht over het stuur kwijt.

Wil je nog meer ontleden oefenen?