Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Stappenplan werkwoordspelling

Je kunt bij het spellen van de tegenwoordige en verleden tijd de volgende vragen stellen:

Stap 1
Uit hoeveel zinnen bestaat de zin?

Stap 2
In welke tijd staat de zin met het invulwoord?

Stap 3
Wat is het hele werkwoord van het invulwoord?

Stap 4
Wat is de stam van het invulwoord?

Stap 5
Wat is de uitgang van het invulwoord?

Voorbeeld:
Hij meldde zich gisteren weer beter.

Stap 1
De zin bestaat uit 1 zin.

Stap 2
De zin staat in de verleden tijd.

Stap 3
Het hele werkwoord is melden.

Stap 4
De stam is meld.

Stap 5
De uitgang is de, want de stam eindigt op een d.


Bezoekers aan deze pagina bekeken ook:
Tegenwoordige tijd
Verleden tijd

Vraag van de Week | Week 46

Ik vind die leestekens een gedoe. Je zet een punt achter een zin en als je in de zin een pauze hoort, is het tijd voor een komma, toch? Welke leestekens gebruik jij?

Naar de taalvraag