Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Woordvolgorde 2

De volgorde van zinnen hangt af van het verbindingswoord. Soms kun je de volgorde van zinnen veranderen.

  • Hij leest een boek en zijn broer kijkt televisie.
  • Zijn broer kijkt televisie en hij leest een boek.

Soms kun je de volgorde van zinnen veranderen, maar verwisselen persoonsvorm en onderwerp van plaats als de hoofdzin als tweede zin komt.

  • Ze gaat naar het feest hoewel ze niet uitgenodigd is.
  • Hoewel ze niet uitgenodigd is, gaat ze naar het feest.

Soms kun je de volgorde niet veranderen.

  • Hij werkt in de tuin, want het is lente.

In de bijzin zet je het werkwoord aan het eind van de zin. Als er ook een hulpwerkwoord is, zet je dit voor het voltooid deelwoord of infinitief.

  • Hij zegt dat hij zijn buurman goed kent.
  • Hij zegt dat hij zijn buurman goed heeft gekend.
  • Hij zegt dat hij goed kan voetballen.

De hulpwerkwoorden hebben, zijn en worden mag je ook achter het voltooid deelwoord zetten.

  • Hij zegt dat hij zijn buurman goed gekend heeft.

Bezoekers aan deze pagina bekeken ook:
Voegwoord
Betrekkelijk voornaamwoord

Vraag van de Week | Week 46

Ik vind die leestekens een gedoe. Je zet een punt achter een zin en als je in de zin een pauze hoort, is het tijd voor een komma, toch? Welke leestekens gebruik jij?

Naar de taalvraag