Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Предлог

aan, achter, af, behalve, beneden, bij, binnen, boven, buiten, door, in, langs, met, na, naar, naast, om, onder, op, over, per, sinds, te, tegen, tot, tussen, uit, van, via, volgens, voor, zonder

Предлоги могут сообщать о месте действия:

  • Hij staat voor het huis.
  • Hij is in het huis.
  • HIj zit achter het huis.

Предлоги могут сообщать о времени действия:

  • Ik ben hier sinds vorige week.
  • Ik blijf hier tot morgen.
  • Ik begin per vandaag.

Предлоги могут сообщать о связи\отношении:

  • Ik ga met mijn buurvrouw naar de markt.
  • Deze auto is van mij.
  • Ik ga liever zonder haar.

Vraag van de Week | Week 42

De spellingcontrole helpt me meestal wel (maar niet altijd). Vind jij dit ook lastig?

Naar de Taalvraag