Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Относительное местоимение

Относительное местоимение соединяет два предложения и указывает\относится к ранее названному предмету\лицу.

Die указывает на de-слово

  • De trein die net vertrokken is, gaat naar Amsterdam.

Dat указывает на het-слово

  • Het boek dat daar ligt, heb ik uitgelezen.

Используйте wat после следующих слов:

  • alles, iets, weinig, niets, veel etc.
  • Dat is alles wat ik weet.

Wat также указывает на предыдущее предложение:

  • Hij heeft mij niet gebeld, wat ik helemaal niet leuk vind.

Используйте wat после превосходной степени прилагательного:

  • Dit is het leukste wat ik gezien heb.

Waar указывает на предмет, употребляется вместе с предлогом.

  • De kast waar ik mijn boek in leg is bijna vol.

Wie указывает на лицо, употребляется вместе с предлогом.

  • De man met wie ik praat is mijn buurman.

Vraag van de Week | Week 28

Die voegwoorden vind ik soms best lastig. Soms verander ik, onbedoeld, de betekenis van de zin. Heb jij dat ook wel eens?

Naar de Taalvraag