Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Настоящее и прошедшее время глагола

Глагол стоит в настоящем или прошедшем времени.

Настоящее время

  • Jan gaat vandaag naar Parijs.
  • Ik werk op vrijdag altijd tot 13.00 uur.

Прошедшее время

  • Jan ging vandaag naar Parijs.
  • Ik werkte op vrijdag altijd tot 13.00 uur.

Vraag van de Week | Week 25

Ik haal de dubbele punt en puntkomma steeds door elkaar. Worstel jij hier af en toe ook mee?

Naar de Taalvraag