Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Настоящее и прошедшее время глагола

Глагол стоит в настоящем или прошедшем времени.

Настоящее время

  • Jan gaat vandaag naar Parijs.
  • Ik werk op vrijdag altijd tot 13.00 uur.

Прошедшее время

  • Jan ging vandaag naar Parijs.
  • Ik werkte op vrijdag altijd tot 13.00 uur.

Vraag van de Week | Week 46

Ik vind die leestekens een gedoe. Je zet een punt achter een zin en als je in de zin een pauze hoort, is het tijd voor een komma, toch? Welke leestekens gebruik jij?

Naar de taalvraag