Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Pronombre relativo

Un pronombre relativo junta dos frases y refiere a (indica) una palabra mencionada anteriormente.

Die refiere a una de-palabra

  • De trein die net vertrokken is, gaat naar Amsterdam.

Dat refiere a una het-palabra

  • Het boek dat daar ligt, heb ik uitgelezen.

Se usa wat después de las siguientes palabras:

  • alles, iets, weinig, niets, veel etc.
  • Dat is alles wat ik weet.

Wat refiere a la palabra completa:

  • Hij heeft mij niet gebeld, wat ik helemaal niet leuk vind.

Y wat wat se ocupa en superlativo:

  • Dit is het leukste wat ik gezien heb.

Waar refiere a una cosa, viene con una preposición.

  • De kast waar ik mijn boek in leg is bijna vol.

Wie refiere a una persona, viene con una preposición.

  • De man met wie ik praat is mijn buurman.

Vraag van de Week | Week 42

De spellingcontrole helpt me meestal wel (maar niet altijd). Vind jij dit ook lastig?

Naar de Taalvraag