Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Pronombre relativo

Un pronombre relativo junta dos frases y refiere a (indica) una palabra mencionada anteriormente.

Die refiere a una de-palabra

  • De trein die net vertrokken is, gaat naar Amsterdam.

Dat refiere a una het-palabra

  • Het boek dat daar ligt, heb ik uitgelezen.

Se usa wat después de las siguientes palabras:

  • alles, iets, weinig, niets, veel etc.
  • Dat is alles wat ik weet.

Wat refiere a la palabra completa:

  • Hij heeft mij niet gebeld, wat ik helemaal niet leuk vind.

Y wat wat se ocupa en superlativo:

  • Dit is het leukste wat ik gezien heb.

Waar refiere a una cosa, viene con una preposición.

  • De kast waar ik mijn boek in leg is bijna vol.

Wie refiere a una persona, viene con una preposición.

  • De man met wie ik praat is mijn buurman.

Vraag van de Week | Week 47

Ik vind die leestekens een gedoe. Je zet een punt achter een zin en als je in de zin een pauze hoort, is het tijd voor een komma, toch? Welke leestekens gebruik jij?

Naar de taalvraag