Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Pronombre indicativo

Una het-palabra que se encuentra cerca, se indica con dit.

  • Dit kind zit naast me in de klas.

Una het-palabra que se encuentra lejos, se indica con dat.

  • Dat kind zit helemaal vooraan.

Una de-palabra que se encuentra cerca, se indica con deze.

  • Deze man woont hier in de straat.

Una de-palabra que se encuentra lejos, se indica con die.

  • Die man verderop in de straat gaat verhuizen.

Deze y die se usa sólamente junto a un sustantivo. Dit y dat también se usan sueltos. No importa si se trata de un singular o de un plural.

Cerca y singular

  • Dit is mijn vriendin.

Lejos y singular

  • Dat is mijn nieuwe overbuurman.

Cerca y plural

  • Dit zijn mijn kinderen die nog thuis wonen.

Lejos y plural

  • Dat zijn mijn nieuwe buren.

Vraag van de Week | Week 16

Door al die spellingwijzigingen raak ik nog steeds in de war. Eigenlijk spel ik op gevoel. Meestal klopt dit wel, toch? Gok jij ook weleens?

Naar de Taalvraag