Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Pronombre indicativo

Una het-palabra que se encuentra cerca, se indica con dit.

  • Dit kind zit naast me in de klas.

Una het-palabra que se encuentra lejos, se indica con dat.

  • Dat kind zit helemaal vooraan.

Una de-palabra que se encuentra cerca, se indica con deze.

  • Deze man woont hier in de straat.

Una de-palabra que se encuentra lejos, se indica con die.

  • Die man verderop in de straat gaat verhuizen.

Deze y die se usa sólamente junto a un sustantivo. Dit y dat también se usan sueltos. No importa si se trata de un singular o de un plural.

Cerca y singular

  • Dit is mijn vriendin.

Lejos y singular

  • Dat is mijn nieuwe overbuurman.

Cerca y plural

  • Dit zijn mijn kinderen die nog thuis wonen.

Lejos y plural

  • Dat zijn mijn nieuwe buren.

Vraag van de Week | Week 47

Ik vind die leestekens een gedoe. Je zet een punt achter een zin en als je in de zin een pauze hoort, is het tijd voor een komma, toch? Welke leestekens gebruik jij?

Naar de taalvraag