Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Prepositions

aan, achter, af, behalve, beneden, bij, binnen, boven, buiten, door, in, langs, met, na, naar, naast, om, onder, op, over, per, sinds, te, tegen, tot, tussen, uit, van, via, volgens, voor, zonder

A preposition helps you to define a location.

  • Hij staat voor het huis.
  • Hij is in het huis.
  • HIj zit achter het huis.

Met een voorzetsel kun je een tijd aangeven:

  • Ik ben hier sinds vorige week.
  • Ik blijf hier tot morgen.
  • Ik begin per vandaag.

A preposition helps you to define a relation.

  • Ik ga met mijn buurvrouw naar de markt.
  • Deze auto is van mij.
  • Ik ga liever zonder haar.

Vraag van de Week | Week 28

Die voegwoorden vind ik soms best lastig. Soms verander ik, onbedoeld, de betekenis van de zin. Heb jij dat ook wel eens?

Naar de Taalvraag