Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Präpositionen

aan, achter, af, behalve, beneden, bij, binnen, boven, buiten, door, in, langs, met, na, naar, naast, om, onder, op, over, per, sinds, te, tegen, tot, tussen, uit, van, via, volgens, voor, zonder

Mit einer Präposition kann man einen Ort andeuten:

  • Hij staat voor het huis.
  • Hij is in het huis.
  • HIj zit achter het huis.

Mit einer Präposition kann man eine Zeit andeuten:

  • Ik ben hier sinds vorige week.
  • Ik blijf hier tot morgen.
  • Ik begin per vandaag.

Mit einer Präposition kann man eine Verbindung andeuten:

  • Ik ga met mijn buurvrouw naar de markt.
  • Deze auto is van mij.
  • Ik ga liever zonder haar.

Vraag van de Week | Week 47

Ik vind die leestekens een gedoe. Je zet een punt achter een zin en als je in de zin een pauze hoort, is het tijd voor een komma, toch? Welke leestekens gebruik jij?

Naar de taalvraag