Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Präpositionen

aan, achter, af, behalve, beneden, bij, binnen, boven, buiten, door, in, langs, met, na, naar, naast, om, onder, op, over, per, sinds, te, tegen, tot, tussen, uit, van, via, volgens, voor, zonder

Mit einer Präposition kann man einen Ort andeuten:

  • Hij staat voor het huis.
  • Hij is in het huis.
  • HIj zit achter het huis.

Mit einer Präposition kann man eine Zeit andeuten:

  • Ik ben hier sinds vorige week.
  • Ik blijf hier tot morgen.
  • Ik begin per vandaag.

Mit einer Präposition kann man eine Verbindung andeuten:

  • Ik ga met mijn buurvrouw naar de markt.
  • Deze auto is van mij.
  • Ik ga liever zonder haar.

Vraag van de Week | Week 25

Ik haal de dubbele punt en puntkomma steeds door elkaar. Worstel jij hier af en toe ook mee?

Naar de Taalvraag