Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Relativpronomen

Das Relativpronomen fügt zwei Sätze zusammen und verweist auf ein zuvor genanntes Wort.

Die verweist auf ein de-Wort

  • De trein die net vertrokken is, gaat naar Amsterdam.

Dat verweist auf ein het-Wort

  • Het boek dat daar ligt, heb ik uitgelezen.

Man verwendet wat nach den folgenden Wörtern:

  • alles, iets, weinig, niets, veel etc.
  • Dat is alles wat ik weet.

Wat verweist auf einen ganzen Satz:

  • Hij heeft mij niet gebeld, wat ik helemaal niet leuk vind.

Wat verwendet man nach einem Superlativ:

  • Dit is het leukste wat ik gezien heb.

Waar verweist auf ein Ding, zusammen mit einer Präposition.

  • De kast waar ik mijn boek in leg is bijna vol.

Wie verweist auf ein Ding, zusammen mit einer Präposition.

  • De man met wie ik praat is mijn buurman.

Vraag van de Week | Week 20

Eerlijk gezegd lees ik vaak over stijlfouten heen. Ik zie ze gewoon niet. Heb jij dit ook?

Naar de Taalvraag