Taal op niveau door e-learning en coaching menu
Braint Taalgids   Braint Taalgids

Subjekt

Es gibt zwei Möglichkeiten um das Subjekt im Satz zu entdecken.

1. Wenn man einen Fragesatz bildet mit wie oder wat, ist die Antwort das Subjekt.

Piet eet een appel.
Wie eet een appel?
Antwoord: Piet

De auto rijdt te snel.
Wat rijdt te snel?
Antwoord: de auto

2. Wenn man die Personalform vom Singular ins Plural verändert, ändert sich auch das Subjekt.

  • Het meisje eet een appel.
  • De meisjes eten een appel.

Vraag van de Week | Week 47

Ik vind die leestekens een gedoe. Je zet een punt achter een zin en als je in de zin een pauze hoort, is het tijd voor een komma, toch? Welke leestekens gebruik jij?

Naar de taalvraag