Infinitief


De infinitief (het hele werkwoord) is het werkwoord zoals je het in het woordenboek vindt; er is nog niets mee gebeurd.
•   Hij wil morgen al gaan.
•   Hij kan goed voetballen.
•   Mijn broer moet morgen optreden.
 
Een infinitief kan ook als zelfstandig naamwoord gebruikt worden. Er staat dan het voor of je kunt dit er voor denken.
•   Het huilen stond hem nader dan het lachen.
•   Vissen is zijn lust en zijn leven.
•   Het verbranden van afval is hier niet toegestaan.
 


Wil je de infinitief online oefenen? klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.