f/v en s/z |
||
De stam van een werkwoord eindigt nooit op een v of een z. Een v wordt dan een f en een z wordt dan een s. Een werkwoord waarvan de stam eindigt op deze f of s, eindigt in de verleden tijd niet op te(n) maar op de(n). |
||
| leven | ik leef | ik leefde |
| verwaarlozen | ik verwaarloos | ik verwaarloosde |
| Een voltooid deelwoord waarvan de stam eindigt op deze f of s, eindigt niet op t maar op d. | ||
| leven | ik leef | ik heb geleefd |
| verwaarlozen | ik verwaarloos | ik heb verwaarloosd |
Wil je f/v en s/z online oefenen? Klik hier. | ||
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. | ||





