Bijvoeglijk naamwoord |
||
Een bijvoeglijk naamwoord geeft een kenmerk of een eigenschap van een ander woord. |
||
| De hoge toren is een vertrouwd baken. Het verbrande huis bood een trieste aanblik. |
||
| Een bijvoeglijk naamwoord kan afgeleid zijn van een voltooid deelwoord, er komt dan een e achter het voltooid deelwoord. | ||
| Het huis is afgebrand. | het afgebrande huis | |
| Het boek is besteld. | het bestelde boek | |
| De koper is opgelicht. | de opgelichte koper | |
| Het gras is gemaaid. | het gemaaide gras | |
| De schade is vergoed | de vergoede schade | |
| De tuin is besproeid. | de besproeide tuin | |
| Als je voor een het-woord een zet, schrijf je geen e achter het bijvoeglijk naamwoord. | ||
| De hoge toren is een vertrouwd baken. (het baken) |
||
Wil je het bijvoeglijk naamwoord online oefenen? klik hier. | ||
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. | ||





