nederlands turks duits russisch spaans engels

Infinitivo


El infinitivo (el verbo completo) es el verbo como se encuentra en el diccionario; sin conjugarse.
•   Hij wil morgen al gaan.
•   Hij kan goed voetballen.
•   Mijn broer moet morgen optreden.
 
El infinitivo también puede usarse como sustantivo. Entonces se le puede imaginarse el artículo het delante.
•   Het huilen stond hem nader dan het lachen.
•   Vissen is zijn lust en zijn leven.
•   Het verbranden van afval is hier niet toegestaan.
 
Wil je Nederlandse grammatica oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.