Preface |
Spelling |
Style |
Sentence analysis |
Verbs |
Style again |
Word order 2 |
Conjunction |
Relative pronoun |
Prepositions |
Conjunction |
||
A conjunction combines two sentences. | ||
| dus | Het is droog dus we kunnen gaan. | conclusion |
| en | Hij leest een boek en zijn broer kijkt televisie. | neutral |
| maar | Logeren vind ik leuk maar niet bij mijn tante. | opposition |
| of | Wil je koffie of thee? | choice |
| want | Ik drink koffie want dat lust ik graag. | reason |
| als | Je mag naar huis als je klaar bent. | condition |
| dat | Hij zegt dat ze naar Canada gaan. | neutral |
| doordat | Ik kwam te laat doordat de brug open stond. | cause |
| hoewel | Ze gaat naar het feest hoewel ze niet uitgenodigd is. | opposition |
| mits | We gaan naar het strand mits het niet regent. | condition |
| nadat | Ik doe het licht uit nadat ik de deur op slot heb gedaan. | following in time |
| ofschoon | Hij treedt op ofschoon hij geen talent heeft. | opposition |
| omdat | Ik ga naar de film omdat ik daar zin in heb. | reason |
| ondanks | Ondanks haar slechte resultaten, blijft ze optimistisch. | opposition |
| opdat | Kom op tijd opdat we vroeg kunnen vertrekken. | goal |
| sinds | Sinds haar huwelijk voelt ze zich gelukkig. | from that moment |
| tenzij | We gaan naar het bos tenzij het regent. | exeption |
| terwijl | Ik schil de aardappels terwijl zij de groente schoonmaakt. | at the same time |
| toen | Hij stond achter het doel toen het doelpunt gemaakt werd. | at that time |
| voordat | Voordat ik naar bed ga, poets ik mijn tanden. | preceding in time |
| wanneer | Ik bepaal zelf wel wanneer ik naar bed ga. | at that time |
| zodat | Het heeft hard geregend zodat er overal plassen liggen. | consequence |
| zodra | Hij komt zodra hij klaar is. | at that time |
| Wil je Nederlandse spelling oefenen? Klik hier. | ||
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. | ||





