Preface |
Spelling |
Style |
Sentence analysis |
Present and past time |
Finite verb |
Perfect tense |
Predicate |
Subject |
Verbs |
Style again |
Perfect tense |
You make a perfect tense with the perfect participle and the finite verb hebben, zijn or worden. |
| Hij heeft de lege flessen ingeleverd. De wedstrijd is afgelast. Ik heb hem net opgebeld. Mijn buurman wordt nooit ergens voor gevraagd. Mijn fiets is gelukkig weer gevonden. Op zijn zestigste wordt hij gepensioneerd. |
Wil je Nederlandse spelling oefenen? Klik hier. |
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. |





