Verkeerde woordkeus |
||
Als of dan | ||
| Je schrijft dan als je een vergelijking maakt in de vergrotende trap, bijvoorbeeld: | ||
| Ik ben veel groter dan mijn broer. | ||
| Je schrijft als wanneer je een vergelijking maakt die gelijkwaardig is, bijvoorbeeld: | ||
| Ik ben even groot als mijn broer. | ||
| Mits of tenzij | ||
| Je schrijft mits als je dit kunt vervangen door op voorwaarde dat, bijvoorbeeld: | ||
| Ik ga morgen naar school mits mijn verkoudheid over is. | ||
| Je schrijft tenzij als je dit kunt vervangen door behalve als, bijvoorbeeld: | ||
| Ik blijf morgen thuis tenzij mijn verkoudheid over is. | ||
| Aansprakelijk of verantwoordelijk | ||
| Je schrijft aansprakelijk als je het hebt over schade die veroorzaakt wordt door nalatigheid, bijvoorbeeld: | ||
| Die mensen zijn aansprakelijk voor de schade die hun honden hebben aangericht. | ||
| Je schrijft verantwoordelijk als je het hebt over plichtsgevoel, bijvoorbeeld: | ||
| Ik ben verantwoordelijk voor de fouten die ik maak. | ||
| Omdat of doordat | ||
| Je schrijft omdat als je een reden aangeeft, bijvoorbeeld: | ||
| Ik ben vroeg naar huis gegaan omdat het glad is. | ||
| Je schrijft doordat als er sprake is van oorzaak en gevolg, bijvoorbeeld: | ||
| Ik gleed uit doordat het glad was. | ||
| Vergeten hebben of vergeten zijn | ||
| Je schrijft vergeten hebben als je iets niet gedaan hebt, bijvoorbeeld: | ||
| Ik heb vergeten hem uit te nodigen. | ||
| Je schrijft vergeten zijn als je iets niet meer weet, bijvoorbeeld: | ||
| Ik ben je naam vergeten. | ||
| Te danken aan of te wijten aan | ||
| Je schrijft te danken aan als het om een positieve interpretatie van een situatie gaat, bijvoorbeeld: | ||
| Ik heb het aan mijn broer te danken, dat ik die opdracht heb gekregen. | ||
| Je schrijft te wijten aan als het om een negatieve interpretatie van een situatie gaat, bijvoorbeeld: | ||
| Dat ik failliet ben is te wijten aan de kredietcrisis. | ||
| Zich verheugen in, op of over | ||
| Je schrijft je verheugen in als je geniet van een bestaande situatie, bijvoorbeeld: | ||
| Zij verheugt zich in een goede gezondheid. | ||
| Je schrijft je verheugen op als je geniet van iets wat nog moet plaatsvinden, bijvoorbeeld | ||
| Zij verheugt zich op de komende feestdagen. | ||
| Je schrijft je verheugen over als je ergens blij mee bent, bijvoorbeeld: | ||
| Zij verheugt zich over de gunstige uitslag van haar examen. | ||
| Wettig of wettelijk | ||
| Je schrijft wettig als je bij de wet erkend bedoelt, bijvoorbeeld: | ||
| Hij is geen wettig erfgenaam. | ||
| Je schrijft wettelijk als je overeenkomstig de wet bedoelt, bijvoorbeeld: | ||
| Ik ben wettelijk verplicht mijn autogordels om te doen. | ||
| Gezien of aangezien | ||
| Je schrijft gezien als je rekening houdend met bedoelt, bijvoorbeeld: | ||
| Gezien mijn financiële situatie stel ik de aankoop van dat huis nog even uit. | ||
| Je schrijft aangezien als je omdat bedoelt, bijvoorbeeld: | ||
| Aangezien ze een groot hart heeft, kun je haar om vergeving vragen. | ||
| Desbetreffende of betreffende | ||
| Je schrijft desbetreffende als je genoemde bedoelt, bijvoorbeeld: | ||
| De desbetreffende stukken liggen op je bureau. | ||
| Je schrijft betreffende als je aangaande bedoelt, bijvoorbeeld: | ||
| Je vragen betreffende de reorganisatie beantwoord ik in de volgende vergadering. | ||
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. | ||





