nederlands turks duits russisch spaans engels

Verkeerde woordkeus


Als of dan
Je schrijft dan als je een vergelijking maakt in de vergrotende trap, bijvoorbeeld:
•   Ik ben veel groter dan mijn broer.
Je schrijft als wanneer je een vergelijking maakt die gelijkwaardig is, bijvoorbeeld:
•   Ik ben even groot als mijn broer.
 
Mits of tenzij
Je schrijft mits als je dit kunt vervangen door op voorwaarde dat, bijvoorbeeld:
•   Ik ga morgen naar school mits mijn verkoudheid over is.
Je schrijft tenzij als je dit kunt vervangen door behalve als, bijvoorbeeld:
•   Ik blijf morgen thuis tenzij mijn verkoudheid over is.
 
Aansprakelijk of verantwoordelijk
Je schrijft aansprakelijk als je het hebt over schade die veroorzaakt wordt door nalatigheid, bijvoorbeeld:
•   Die mensen zijn aansprakelijk voor de schade die hun honden hebben aangericht.
Je schrijft verantwoordelijk als je het hebt over plichtsgevoel, bijvoorbeeld:
•   Ik ben verantwoordelijk voor de fouten die ik maak.
 
Omdat of doordat
Je schrijft omdat als je een reden aangeeft, bijvoorbeeld:
•   Ik ben vroeg naar huis gegaan omdat het glad is.
Je schrijft doordat als er sprake is van oorzaak en gevolg, bijvoorbeeld:
•   Ik gleed uit doordat het glad was.
 
Vergeten hebben of vergeten zijn
Je schrijft vergeten hebben als je iets niet gedaan hebt, bijvoorbeeld:
•   Ik heb vergeten hem uit te nodigen.
Je schrijft vergeten zijn als je iets niet meer weet, bijvoorbeeld:
•   Ik ben je naam vergeten.
 
Te danken aan of te wijten aan
Je schrijft te danken aan als het om een positieve interpretatie van een situatie gaat, bijvoorbeeld:
•   Ik heb het aan mijn broer te danken, dat ik die opdracht heb gekregen.
Je schrijft te wijten aan als het om een negatieve interpretatie van een situatie gaat, bijvoorbeeld:
•   Dat ik failliet ben is te wijten aan de kredietcrisis.
 
Zich verheugen in, op of over
Je schrijft je verheugen in als je geniet van een bestaande situatie, bijvoorbeeld:
•   Zij verheugt zich in een goede gezondheid.
Je schrijft je verheugen op als je geniet van iets wat nog moet plaatsvinden, bijvoorbeeld
•   Zij verheugt zich op de komende feestdagen.
Je schrijft je verheugen over als je ergens blij mee bent, bijvoorbeeld:
•   Zij verheugt zich over de gunstige uitslag van haar examen.
 
Wettig of wettelijk
Je schrijft wettig als je bij de wet erkend bedoelt, bijvoorbeeld:
•   Hij is geen wettig erfgenaam.
Je schrijft wettelijk als je overeenkomstig de wet bedoelt, bijvoorbeeld:
•   Ik ben wettelijk verplicht mijn autogordels om te doen.
 
Gezien of aangezien
Je schrijft gezien als je rekening houdend met bedoelt, bijvoorbeeld:
•   Gezien mijn financiële situatie stel ik de aankoop van dat huis nog even uit.
Je schrijft aangezien als je omdat bedoelt, bijvoorbeeld:
•   Aangezien ze een groot hart heeft, kun je haar om vergeving vragen.
 
Desbetreffende of betreffende
Je schrijft desbetreffende als je genoemde bedoelt, bijvoorbeeld:
•   De desbetreffende stukken liggen op je bureau.
Je schrijft betreffende als je aangaande bedoelt, bijvoorbeeld:
•   Je vragen betreffende de reorganisatie beantwoord ik in de volgende vergadering.


Wil je verkeerde woordkeus online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.