Verhaspeling |
||
Bij een verhaspeling worden woorden die op elkaar lijken, maar die een verschillende betekenis hebben, met elkaar verwisseld. Voorbeelden van een verhaspeling zijn: | ||
| Met behulp van mijn broer kon ik de grote conifeer omzagen. | ||
| Met hulp van de kettingzaag kon ik de grote conifeer omzagen. | ||
| Met behulp van gaat over zaken of dingen. Met hulp van gaat over personen. | ||
| Je hebt gelijk; ik heb me schijnbaar vergist. | ||
| Hij had het blijkbaar goed voor elkaar, maar de feiten wezen anders uit. | ||
| Schijnbaar betekent 'niet echt'. Blijkbaar betekent 'duidelijk', 'geen twijfel overlatend'. | ||
| Voor de duidelijkheid hieronder nog een keer de goede zinnen. | ||
| Met hulp van mijn broer kon ik de grote conifeer omzagen. | ||
| Met behulp van de kettingzaag kon ik de grote conifeer omzagen. | ||
| Je hebt gelijk; ik heb me blijkbaar vergist. | ||
| Hij had het schijnbaar goed voor elkaar, maar de feiten wezen anders uit. | ||
| Andere voorbeelden van verhaspeling zijn: | ||
| De operazangeres kreeg een staande ovulatie. (= ovatie) | ||
| Ik wil vandaag wel als voorzitter functioneren. (= fungeren) | ||
| Onze belangen komen door deze rare fratsen ernstig in het geding. (= gedrang) | ||
| De regering had een geheim plan geraamd. (= beraamd) | ||
| Ons bedrijf is met een Amerikaans bedrijf gefusilleerd. (= gefuseerd) | ||
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. | ||





