nederlands turks duits russisch spaans engels

Incongruentie


Incongruentie 1
 
Onderwerp en persoonsvorm moeten beide of in enkelvoud of in meervoud staan, bijvoorbeeld:
•   Een aantal jongeren misdroeg zich.
 
Een aantal is een enkelvoudig woord en de kern van het onderwerp. De persoonsvorm moet dus ook in enkelvoud staan. Bijvoorbeeld:
•   Maar twintig procent stemde voor.
•   Een groep kinderen zette de boel op stelten.
•   Het clubje heren was nog lang niet uitgepraat.
 
Meervoud/enkelvoudproblemen komen ook voor in foutieve samentrekkingen. Fout is:
•   De toets werd nagekeken en de resultaten bekend gemaakt.
 
Dit moet zijn:
•   De toets werd nagekeken en de resultaten werden bekend gemaakt.
 

Incongruentie 2
 
Een zelfstandig naamwoord kan vervangen worden door een voornaamwoord.
•   Het kind valt; het huilt
•   De commissie vergaderde; zij kon geen besluit nemen.
 
Welk voornaamwoord je kiest, hangt af van het geslacht van het zelfstandig naamwoord.
 
Onzijdige woorden worden aangeduid met het, dit, dat en (bezittelijk) zijn.
 
Wanneer gebruik je een mannelijk of vrouwelijk voornaamwoord?
 
Een vrouwelijk voornaamwoord gebruik je bij:
 
1. Vrouwelijk personen en dieren: de leeuwin en haar prooi.
 
2. Abstracte woorden: de liefde en haar impact.
 
3. Woorden met de volgende uitgangen:
-ing, -ie,- ij, -heid, -teit, -a, -nis, -sis, -schap, -de, -te, -se, -theek, -age


Wil je incongruentie online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.