nederlands turks duits russisch spaans engels

Hun of hen

Je gebruikt hun in de volgende gevallen:
 
Als bezittelijk voornaamwoord, bijvoorbeeld:
•   Ze hebben hun boeken niet op tijd ingeleverd.
 
Als meewerkend voorwerp zonder voorzetsel, bijvoorbeeld:
•   De broer van zijn vader heeft hun een nieuwe fiets gegeven.
 
Je gebruikt hen in de volgende gevallen:
 
Als er sprake is van een lijdend voorwerp, bijvoorbeeld:
•   Ik ken hen goed.
 
Na een voorzetsel, bijvoorbeeld:
•   Piet ging met hen naar de film.
 


Wil je hun en hen online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.