Foutieve samentrekking |
||
Een samentrekking is het samenvoegen van twee zinsdelen, woorden, of delen van woorden. Samentrekkingen zijn in de volgende gevallen toegestaan: | ||
| Het samengetrokken zinsdeel moet dezelfde betekenis hebben, bijvoorbeeld: | ||
| Peter gaf zijn moeder een bos bloemen en zijn zusje een boekenbon. | ||
| Fout is: Jenny gaf haar man de jam en haar zoontje een pak slaag. In dit geval heeft het werkwoord 'geven' verschillende betekenissen. | ||
| Het samengetrokken zinsdeel moet dezelfde grammaticale functie hebben, bijvoorbeeld: | ||
| Ze heeft haar vriendin opgebeld en gefeliciteerd met haar verjaardag. | ||
| Fout is: Zij heeft haar vriendin opgebeld en gezegd dat ze niet komt. 'Haar vriendin' is in de eerste zin lijdend voorwerp en in de tweede zin een meewerkend voorwerp. | ||
| Het samengetrokken zinsdeel moet op de juiste plaats ten opzichte van de persoonsvorm staan, bijvoorbeeld: | ||
| Wij willen u graag ontvangen en hopen dat u komt. | ||
| Fout is: Graag willen wij u ontvangen en hopen dat u komt. De eerste zin begint met een ander zinsdeel dus 'wij' moet in de tweede zin genoemd worden voor het gezegde. | ||
| Het samengetrokken zinsdeel moet in zinnen van gelijke rang staan (zie voorbeeld boven). Fout is: Het verheugt mij dat ik u mag begroeten en hoop dat u het naar uw zin zult hebben. Het is niet toegestaan het onderwerp uit de hoofdzin en de bijzin samen te trekken. Goed is: | ||
| Het verheugt mij dat ik u mag begroeten en ik hoop dat u het naar uw zin zult hebben. | ||
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. | ||





