Foutieve inversie |
||
Een inversie is de omgekeerde volgorde van het onderwerp en de persoonsvorm in de zin. Bijvoorbeeld: | ||
| Als ik hem zie, word ik blij. | ||
| Inversie mag in twee gevallen: in een vragende zin: | ||
| Zijn wij morgen vrij? | ||
| En als de zin met een ander zinsdeel begint: | ||
| Volgende week zien we elkaar weer. | ||
| Een foutieve inversie ontstaat vaak bij samengestelde zinnen, bijvoorbeeld: | ||
| Vorige week was hij ziek en zijn we daarom nog niet klaar met de opdracht. | ||
| Na en begint een nieuwe zin met onderwerp en gezegde, dus: | ||
| en we zijn daarom ... | ||
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. | ||





