nederlands turks duits russisch spaans engels

Vraagwoord


Met een vraagwoord maak je een vraag. Ze beginnen met een w, behalve hoe.
 
Je vraagt naar een persoon.
•   Wie is die man?
 
Je vraagt naar een ding.
•   Wat wil je in je koffie?
 
Je vraagt naar een plaats.
•   Waar gaan we naar toe?
 
Je vraagt naar een reden.
•   Waarom ga je weg?
 
Je vraagt naar een manier.
•   Hoe kom ik bij het station?
 
Welk gebruik je bij een zelfstandig naamwoord: bij een de-woord welke, bij een het-woord welk.
•   Welke trein moet ik nemen?
•   Welk boek is van jou?
 


Wil je het vraagwoord online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.