Bezittelijk voornaamwoord |
Het bezittelijk voornaamwoord geeft een bezit aan. Je gebruikt het samen met een zelfstandig naamwoord. |
| Ik zoek mijn jas. Jij zoekt jouw (je) jas. Hij zoekt zijn jas. Zij zoekt haar jas. U zoekt uw jas. Wij zoeken onze jassen. Jullie zoeken jullie jassen. Zij zoeken hun jassen. |
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. |





