nederlands turks duits russisch spaans engels

Bezittelijk voornaamwoord


Het bezittelijk voornaamwoord geeft een bezit aan. Je gebruikt het samen met een zelfstandig naamwoord.
•   Ik zoek mijn jas.
•   Jij zoekt jouw (je) jas.
•   Hij zoekt zijn jas.
•   Zij zoekt haar jas.
•   U zoekt uw jas.
•   Wij zoeken onze jassen.
•   Jullie zoeken jullie jassen.
•   Zij zoeken hun jassen.
 


Wil je het bezittelijk voornaamwoord online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.