nederlands turks duits russisch spaans engels

Aanwijzend voornaamwoord


Hieronder vind je uitleg over het aanwijzend voornaamwoord.
Een het-woord dat dichtbij is, wijs je aan met dit.
•   Dit kind zit naast me in de klas.
 
Een het-woord dat ver weg is, wijs je aan met dat.
•   Dat kind zit helemaal vooraan.
 
Een de-woord dat dichtbij is, wijs je aan met deze.
•   Deze man woont hier in de straat.
 
Een de-woord dat verweg is, wijs je aan met die.
•   Die man verderop in de straat gaat verhuizen.
 
Deze en die gebruik je alleen bij een zelfstandig naamwoord. Dit en dat kun je ook los gebruiken. Het maakt dan niet uit of het enkelvoud of meervoud is.
 
Dichtbij en enkelvoud
•   Dit is mijn vriendin.
 
Veraf en enkelvoud
•   Dat is mijn nieuwe overbuurman.
 
Dichtbij en meervoud
•   Dit zijn mijn kinderen die nog thuis wonen.
 
Veraf en meervoud
•   Dat zijn mijn nieuwe buren.


Wil je het aanwijzend voornaamwoord online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.