nederlands turks duits russisch spaans engels

Lidwoord


Er zijn 3 lidwoorden: de, het, een.

Je gebruikt een lidwoord samen met een zelfstandig naamwoord.
•   De straat waar ik woon is erg druk.
•   Een straat moet 's nachts goed verlicht zijn.
•   Het huis naast ons wordt geschilderd.
•   Een huis in de stad is erg duur.
 


Wil je het lidwoord online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.