nederlands turks duits russisch spaans engels

Lidwoord, de of het?


Wanneer schrijf je het lidwoord de?

voor een meervoud
•   de appels, de jassen
 
voor een beroep
•   de bakker, de schilder
 
voor groenten, fruit, bomen en planten
•   de bloemkool, de citroen, de eik
 
namen van bergen en rivieren
•   de Etna, de Maas
 
vrouwelijke woorden op -ing, -ie,- ij, -heid, -teit,-a, -nis, -st, -schap, -de, -te
•   de samenleving, de spatie, de vrijheid, de kwaliteit, de agenda, de kennis, de winst
 

Wanneer schrijf je het lidwoord het?

voor een verkleinwoord
•   het kindje
 
woorden met twee lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, ont-
•   het begrip, het gedrag, het verlies, het ontzag
 
namen van talen
•   het Russisch
 
namen van metalen
•   het ijzer, het koper
 
woorden die eindigen op -isme, -ment
•   het Boeddhisme, het moment
 
zelfstandige naamwoorden die afgeleid zijn van een werkwoord
•   het slapen
 


Wil je het lidwoord online oefenen? Klik hier.

Test je Nederlands met de Braint Taaltest!.