Lidwoord, de of het? |
Wanneer schrijf je het lidwoord de? |
voor een meervoud |
| de appels, de jassen |
| voor een beroep |
| de bakker, de schilder |
| voor groenten, fruit, bomen en planten |
| de bloemkool, de citroen, de eik |
| namen van bergen en rivieren |
| de Etna, de Maas |
| vrouwelijke woorden op -ing, -ie,- ij, -heid, -teit,-a, -nis, -st, -schap, -de, -te |
| de samenleving, de spatie, de vrijheid, de kwaliteit, de agenda, de kennis, de winst |
Wanneer schrijf je het lidwoord het? |
| voor een verkleinwoord |
| het kindje |
| woorden met twee lettergrepen die beginnen met be-, ge-, ver-, ont- |
| het begrip, het gedrag, het verlies, het ontzag |
| namen van talen |
| het Russisch |
| namen van metalen |
| het ijzer, het koper |
| woorden die eindigen op -isme, -ment |
| het Boeddhisme, het moment |
| zelfstandige naamwoorden die afgeleid zijn van een werkwoord |
| het slapen |
Test je Nederlands met de Braint Taaltest!. |





